Tag Archives: posthumanism

de kiezelzang van de zwarte roodstaart, de Miel-Beton, de Metal-Pecker, het Ijsberen en de New Aesthetic

Als een spreeuw of merel rinkelt,
grijpen wij dan naar onze smartphone?

de kiezelzang van de zwarte roodstaart, de Miel-Beton, de Metal-Pecker, het Ijsberen en de New Aesthetic

Of ergeren wij ons dan aan de overvloed van gerinkel, met haviksoog en arendsblik de boosdoener zoekend en met vermanende blik zijn verstorend gedrag diets makend, zoals we doen op de trein?

Of wordt ons geërger gesublimeerd in een esthetisch gemotiveerde fascinatie voor het kunnen van de vogel? Wijst dit gerinkel, door middel van contrast, op de pracht van natuurlijke vogelzang?*

(*Contradictorisch genoeg is de natuurlijke vogelzang vaak bestempeld als de voorouder van onze muziek. De inspiratie van de melodie en het refrein. De fluit en het fluiten. Na een lange technologische evolutie lijkt de cirkel rond, en neemt de vogel ons (technologisch) gefluit over.)

Een ringtone is een fluiten, een roepen, een samenroepen, een oproep tot (een ‘call’ cfr. de vogel zijn roep). Een mobiel toestel dat in onze buurt verblijft, roept ons tot de orde. En het gaat hier niet zozeer om de relatie tussen de beller en de opgebelde, maar tussen het toestel en de eigenaar. (denk aan het fluiten op je vingers)

Naast het roepen, is de ringtone ook een fluiten in de zin van een zingen, een schuifelen. De ringtone maakt, door zijn veelvuldig voorkomen, deel uit van onze akoustische ruimte. Het instellen, het kiezen van die ringtone maakt deel uit van het inrichten van die akoustische ruimte.

De ringtone is ook een vorm van branding (bv. de standard nokia ringtone), die kan teruggebracht worden tot een Darwiniaans evolutionair gevecht voor het voortbestaan, de survival of the fittest. Net als vogels doen. Het is een battle of species (lees: brands).

Op meer algemene wijze is de ringtone ook een teken en een oproep voor het communiceren in het algemeen en het gebruik van technologie hiervoor (de gsm) in het bijzonder.

De ringtone is ook op een ander niveau verwant met de evolutionaire theorie, het is de geldingsdrang van het individu, bij het instellen (of niet) van volume, duur en type ringtone richt de gebruiker niet alleen zijn eigen akoustische ruimte in maar manifesteert zich onvermijdelijk in de akoustische ruimte van anderen, uitgaande van het feite dat deze ruimte fundamenteel sociaal is. Het is een vorm van ‘display’, het tentoonspreiden.

De ringtone is ook een platform, als een lichaamscel, die kan worden aangegrepen door parasieten. De akoustische ruimte is, zoals elke sociale ruimte (in onze tijd), doordrongen van de markt. Het is een (onrechtstreeks) verkoopsplatform. Ons zingen, ons fluiten is verworden tot een vermarkt product. En de makers ervan vinden op het platform van de ringtone (als drager van ‘muziek’) een geschikt promotieplatform.
(Op een zelfde manier is ons spreken zelf vermarkt. Het communiceren op afstand, tele-foneren is dermate ingeburgerd (en goedkoop geworden) dat het een centrale plaats in ons communiceren heeft ingenomen.)

We mogen niet vergeten dat ook de mens een blinde replicator van deze akoustische ruimte is, en vooral van de parasieten. De (pop)muziek bombardeert ons via het auditieve stelsel met nonecafonisch (elementaire, eenvoudige) gefluit. Dit is dermate elementair dat het in ons subliminale vogel-brein blijft plakken, en dat wij het op subliminale wijze herhalen.

Of zijn wij vol bewondering voor deze meesterlijke, gemaniëreerde vertolking of interpretatie die de vogel ons hier geeft van een nonecafonische 8-bit ringtone?

In die bewondering lijkt een oordeel op basis van een hierarchische rangschikking te schuilen. Een omkering van onze bewondering die we destijds voelden toen de grammofoon en de film erin slaagden om de natuur te imiteren. Vandaag zijn we verwonderd dat de natuur erin slaagt om de technologie te imiteren.

Dat de papegaai er sinds jaar en dag in slaagt om de menselijke stem te imiteren, kon zeker ook op bewondering rekenen. Maar men mag niet vergeten dat zo’n papegaai een huisdier was, quasi gedomesticeerd, en voorzien van een geprojecteerde geest. Wat hij zij was verwonderlijk, maar ook begrijpelijk.

De spreeuwen die rinkelen, doen bovendien niet ons na maar een van ons afgedreven technologie. Een technologie wiens uitingen van ons verwijderd zijn door de zwarte socio-technologische doos waarin haar werkzame principes zich bevinden, waarin haar oordeel gevormd wordt.

Het is met andere woorden misschien niet zo’n slechte zaak om hier een derde actor in het spel te brengen. Of beter een duidelijk onderscheid te maken tussen het dier dat de mens nabootst en het dier dat de technologie nabootst.

Toen de technologie kon ingeschakeld worden om (quasi autonoom) de natuur na te bootsen (grammafoon, foto en film), betekende dit de overwinning van de technologie op de natuur. Het was de definitieve ommeslag in een proces dat reeds lang gaande was. Landbouw, geneeskunde etc. zijn niets anders. (zie ook het schrift) Het kritische punt in dit is dat dit overwinnen zich in onze spraak manifesteerde en op een zeer intense manier ermee verwikkelde.

We konden, met onze technologie de natuur gaan ‘reproduceren’ in onze spraak. En wel op automatische en onbeperkte wijze. Maar tegelijk was het niet meer mogelijk om dit spreken zonder de technologie te doen, d.i. zonder technologische apparaten die het spreken ondersteunen. (afspeelapparatuur).

Deze symbolische overwinning (in de taal) op de natuur is fundamenteel. Het is met de taal dat we de wereld structureren, de grenzen van ons zijn afbakenen. Die taal werd vanaf dat moment uitgebreid met de mogelijkheid om de natuur te capteren. (weliswaar mbv een technologische extensie, cfr McLuhan’s amputatie).

(de technologie komt los van de natuur te staan, overwint die, en wordt meer intens met ons verbonden, maar tegelijk wordt die minder toegankelijk voor ons; het is een schizofrene* situatie.

Zie schizofrenie: gespleten door een verbondenheid met zowel natuur als technologie die en gevecht met elkaar aangaan. (schizofrenie heeft alles met taal te maken)

Het gaat dus over de verhouding tussen de natuur, de mens en de technologie. Deze verhouding neemt een eigenaardige vorm aan als de spreeuw gaat rinkelen.

Of doet de spreeuw het beter dan het toestel? Of is het toestel hier de leermeester van de vogel?

We zien een eigen-aardige fascinatie voor zowel de vogel als de technologie, die zich met elkaar binden. De ‘muzikale file’ wordt vertolkt door de vogel en de vogel wordt ‘iets aangeleerd’ door de technologie.

Of de spreeuw het nu beter doet dan het toestel, of het toestel iets voortoont en aanleert aan de spreeuw doet er niet toe. Het belangrijkste is dat de spreeuw een eigen versie maakt. Er ontstaat iets anders.
Het is niet de cleane ringtone zoals je die op je computer kan afspelen, en ook niet de goedkope hel klinkende ringtone als hij door je 5 cent speaker komt van je plastic vervang gsm, of de versie van diezelfde ringtone uit je iPhone die ergens onderaan in je handtas zit.

De spreeuw die rinkelt is een oxidatie-proces. Een reactie-proces, een oersoep met reactievorming. Zoals alle bronzen beelden groen uitslaan, zo zullen alle spreeuwen rinkelen. Het is een natuurlijke reactie die leven baart, die net zoals de oersoep een nieuwe dimensie toevoegt aan het bestaan.
Het grote verschil met de patina van bronzen beelden is dat niet de natuur voor de patina zorgt op een technologische structuur, denk ook aan mos op een dak. Het is niet de natuur die de technologie toeëigent. Wat er gebeurt is net het omgekeerde. De technologische structuur dringt door in het natuurlijke. Het resultaat is hetzelfde, een ‘doorleefd’ karakter van een technologische vorm.
De patina was er met andere woorden al, maar werd ingevuld door de technologie.

Dit is op zich niets nieuws. de technologie heeft de eigenschap om dat wat zich rond haar bevindt, en er vatbaar voor is, te herstructureren. De menselijke samenleving herorganiseert zich rond haar technologie (denk maar aan de wagen, of het internet). Dit is wat we noemen een socio-technologisch systeem.

De natuur doet dit ook. De natuur past zich aan aan de technologie, die haar omgeving vormt en er zo meer vergroeid raakt. Onkruid groeit op verschaalde plaatsen, bijen in de stad maken honing van fanta en soft-ice, de roodstaart heeft een kiezelzang, vossen trekken de stad in, de specht gebruikt metalen borden, de slechtvalk verruilde rotswanden voor kathedralen en electriciteitspilone… deze uitingen konden gezien worden als normale overlevingsmechanismen en aanpassingen. Een biologisch, natuurlijk fenomeen.

De spreeuw leert ons iets anders. Het is de technologie die vervormt, die toetreedt.

Les Maitres Fous – Jean Rouch



Watch Jean Rouch : Les maîtres fous – The mad masters in Educational  |  View More Free Videos Online at Veoh.com


A documentary by the French Jean Rouch about spiritual possession in Africa during the colonial age. The possession itself was ‘inspired’ by Western man & technology.